Zingen in de kerk

Soms denk ik dat zingen een oergegeven is van het mens zijn. Toen mijn kleinzoon, krap een uurtje oud, in de armen van zijn moeder gelegd werd, hoorde ik mijn schoondochter zingen. Ik had haar nog niet eerder horen zingen. Maar, zo zei ze, het borrelde gewoon in mij op. Keer op keer lezen we het ook in de Bijbel. Emoties krijgen klank, zoeken naar muziek en woorden. Zo zie ik Eva in haar spel met haar twee baby’s, Kain en Abel. Ik hoor haar lied van wanhoop bij het lichaam van haar jongste, haar lied van altijddurend gemis over haar oudste en opnieuw haar wiegelied bij de geboorte van een volgend kind.

Emoties krijgen klank, zoeken naar muziek en woorden. De dichter van Psalm 8 zingt zijn lied uit verwondering over de grootheid van God. Mozes zingt zijn lied van bevrijding aan de oever van de zee. Abraham zingt zijn klaaglied bij de dood van zijn vrouw. Maria zingt uit genade om het Kind in haar schoot. Een ontelbare schare zingt een loflied op de overwinnende liefde van de HEER.

Samen zingen verbindt. Een stadion vol, een kerk vol, een plein vol – eenlingen worden een gemeenschap. En steeds weer ontstaan er nieuwe liederen. Vijfhonderd jaar Reformatie heeft een keur aan liedbundels met zich meegebracht. In mijn kerkelijk leven van nog geen 60 jaar heb ik al uit 9 officiële liedbundels gezongen. En dan tel ik al die andere bundeltjes als Opwekking, Joh de Heer, Hanna Lam enz. niet mee.

Wat dat betreft hebben de kinderen van de Reformatie niet alleen de gemeenschap verdeeld over talloze kerkelijke groepjes, maar zeker ook over kerkelijke liedbundels. Samen zingen verbindt, maar de protestantse kerkgeschiedenis heeft geleerd dat velen voor het zingen de kerk verlaten en daarmee de gemeenschap niet ten volle vieren.

Ter illustratie: In 1805 wordt de bundel Evangelische Gezangen ingevoerd met 192 nieuwe liederen. Op meerdere plaatsen brengt het de plaatselijke kerk in heftige beroering. Zelfs zo dat predikanten wordt gedreigd met boete en afzetting als zij de gezangen niet laten zingen. Er wordt een besluit uitgevaardigd dat in elke godsdienstoefening tenminste één gezang dient te worden gezongen. De politie moet elke zondag de orde handhaven. De dominee in het Brabantse Almkerk houdt zich aan de kerkregel en geeft een gezang op. “Maar nauwelijks had hij het versje opgegeven, of bij honderden stroomden de mensen de kerk uit.” (J.C. Rullmann, De Afscheiding, Amsterdam 1922, pag. 206)

Ach, alweer twee eeuwen geleden. Maar de apostolische opdracht “Zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft”, brengt nog heel wat beroering met zich mee. Zelfs zo dat het voorafgaande vers (Laat in uw hart de vrede van Christus heersen) in de knel komt.

Samen zingen is gemeenschap vormend. Laten we voor het zingen niet de kerk verlaten, maar juist de kerk inkomen. Opdat de gemeenschap ten volle gevierd kan worden en vruchtbaar zal zijn. Vruchtbaar in de lof aan God en vruchtbaar in de dienst aan de naaste. Het zal toch niet zo zijn dat aan het einde der tijden de glazen zee verdeeld is in meerdere vakken: een opwekkings-vak, een psalmen-op-hele-noten-vak, een liedboek-2013-vak, een…

Willem Barnard dicht op pag. 1561 in Liedboek 2013: Talloos de liederen, talloos al de nog niet geschrevene: ook de nu nog niet levenden zetten de dankzegging voort. Ja, ik weet het zeker: zingen is een oergegeven van het menselijk bestaan.

Ds. Cees J. ’t Lam, februari 2017