2021-03 – Een Jacobsladder

In deze Veertigdagentijd volgen we de levensweg van Jezus. Voor de kinderen van de kindernevendienst is dat vormgegeven door middel van een bordspel dat je misschien wel kent, met dezelfde naam: ‘Levensweg’. In de verbeelding die we deze weken in de kerkzaal kunnen zien is gekozen om dat thema ‘Levensweg’ weer te geven als een ladder. Elke trede van de ladder staat voor één zondag. En zondag aan zondag wordt de volgende trede voorzien van een voorwerp dat verwijst naar de Bijbellezing die in de kerkdienst centraal staat. Ik vind het een prachtige liturgische verbeelding. Want de levensweg van Jezus is zo niet alleen een ‘plat vlak’, maar als ladder wordt ook duidelijk dat de verbinding tussen hemel en aarde weer zichtbaar wordt.

Het doet mij denken aan de Jacobsladder, dat prachtige beeld uit het Bijbelverhaal over Jacob,
die ’s nachts droomt over een ladder die tot in de hemel reikt. Engelen dalen af en klimmen erlangs omhoog. Als Jacob weer wakker wordt, realiseert hij zich dat hij op een bijzondere plek is. Hier raakt de hemel aan de aarde. Er is verbinding. Hij noemt de plek Bethel, ‘huis van God’.

Soms zie je het wel eens in de lucht, een ‘jacobsladder’: in het wolkendek is er dan een flink gat, waardoor de zonnestralen heel bijzonder zichtbaar worden. Als ik dat verschijnsel zie, dan kan ik niet anders dan onwillekeurig even denken aan mijn geliefden die al ‘in de hemel’ zijn. Natuurlijk is dat wat kinderlijk gedacht misschien, maar ik vind er troost in, zo’n jacobsladder, dat licht dat er toch is en dwars door alle donkere wolken heen breekt. Dat licht dat ook beeld is van de verbinding tussen hemel en aarde.

De jonge dichteres Amanda Gorman was misschien wel de grootste verrassing bij de inauguratie van de nieuwe president van de VS. Haar indrukwekkende lange gedicht eindigde met deze woorden:

Want het licht blijft altijd schijnen
Als je maar de moed hebt het te zien

Als je maar de moed hebt het te zijn

Maar daar gaat het in deze tijd dus over.

Onderweg naar Pasen bezinnen we ons op die verbinding tussen hemel en aarde.
Een verbinding die van de kant van de hemel nooit verbroken wordt.
Die jakobsladder staat nog altijd overeind.
Maar wij, aan deze kant…
of wij nog geloven in de verbinding met de hemel,
of we die nog ervaren,
of we er nog op durven vertrouwen…

Rust nu mijn ziel. Laat ze maar roepen,
dringen om ruimte die God toebehoort.
Smart kent haar klacht, vreugde haar zingen,
chaos vraagt een herscheppend woord.

Rust nu mijn ziel. Zoek niet onrustig
te vroege vrede, maar geef je aan God.

Voedsel is het dat niet verzadigt,
drinken te over, toch kwelt dorst.

Rust nu mijn ziel. Dit is jouw lichaam,
jouw lastig lichaam, hoe word je weer heel?

Soms even raakt hemel de aarde;
God geve dat je ziet en weet.

Rust nu mijn ziel. Weet je geborgen,
durf te geloven, hoor: God heeft je lief.
In pijn en leed deel je in Christus,
Hij kent de smart, Hij roept: vrees niet.

(tekst: John L. Bell, vertaling: Andries Govaart)

Dit artikel verscheen in Onderweg 23e jaargang, editie 3 (maart-april 2021)