2020-04 – Raak mij niet aan!

We zijn onderweg naar Pasen, maar de weg daar naartoe loopt heel anders dan we ons ooit hadden kunnen bedenken. In een paar weken tijd zijn we in de ban geraakt van het Coronavirus. Dat bepaalt ons alledaagse leven momenteel in hoge mate en het gaat ons allemaal aan. Er is geen ontkomen aan, de strenge maatregelen gelden voor iedereen. Dat voelt vreemd en is ongewoon… En het vraagt een lange adem van ons en doorzettingsvermogen om dit vol te houden.

Afstand houden

In de kerk zijn we snel geschakeld: van elkaar in het gebouw ontmoeten op zondagmorgen naar online diensten die iedereen thuis mee kan vieren. En ‘koffiedrinken na de dienst’? Dat doet iedereen in zijn of haar eigen huis. Met gezinsleden – of alleen…. En vergaderen doen we ook vanuit huis, ieder achter een eigen scherm, via internet. Het gaat wel, maar het is behelpen. Want je mist de nuances, je mist het overzicht, je mist het echte contact, het kunnen zien hoe iemand zonder te spreken reageert…

Het meest voel ik nog de afstand die we verplicht moeten houden. Dat ik op zondagmorgen voor lege stoelen sta. Dat we elkaar nauwelijks meer ontmoeten. Dat we elkaar geen hand meer kunnen geven, geen gesprekje van nabij meer kunnen voeren. Dat ik niet meer in iemands ogen kan lezen hoe het gaat… En dat ik mijn kinderen niet kan vasthouden, dat ik ze niet kan omhelzen… dat ik ze niet aan kan raken.

En ik denk aan de verhalen die we horen over hoe mensen in volstrekte eenzaamheid in ziekenhuizen lijden en zelfs alleen moeten sterven. Geen mens mag meer dichtbij komen. Niemand die een hand vasthoudt, in een aandachtig gebaar van compassie, troost, steun.

Noli me tangere

En dus werd ik opeens extra getroffen door dat ene zinnetje uit het opstandingsverhaal uit het Evangelie van Johannes. Het was zo’n ontroerend moment, dat moment waarop Maria van Magdala ontdekt dat de degene die ze aanzag voor de tuinman haar geliefde Jezus blijkt te zijn. In levende lijve voor haar… Dat is al bijna niet te bevatten. Maar als zij Hem dan verrast aanspreekt met het bijna liefkozende ‘Rabboeni’, is zijn reactie bijna ontnuchterend. In plaats van dat ze elkaar omarmen – wat wij waarschijnlijk vanzelfsprekend zouden hebben willen doen – zegt Jezus: ‘Houd me niet vast’.

Toen het Nieuwe Testament later in het Latijn werd vertaald, werd die paar woorden omschreven als ‘Noli me tangere’. Dat kan betekenen ‘Houd me niet vast’, maar ook ‘Raak me niet aan’. In de loop van de traditie is dit ‘Noli me tangere’ veelvuldig en op allerlei manieren verbeeld, in de schilderkunst, in de literatuur, in de beeldende kunst en in films.
Vandaag houden deze woorden van Jezus, ‘Raak mij niet aan’, mij anders dan anders bezig. Vandaag worden deze woorden van Jezus gekleurd door de afstand die wij nu noodgedwongen van elkaar moeten houden. Ik overdenk wat het me kan zeggen, of en hoe dat woord van de Opgestane mij kan troosten. Als ook dit woord een ‘teken van leven’ is, hoe dan? Zit het hem wel in het aanraken? Kan je liefde tonen zonder aanraken? En… hoe zit het eigenlijk met mijzelf? Sta ik dat eigenlijk zelf wel toe, dat een ander mij aanraakt? Mag en kan een ander mij raken? Hoe nabij is nabij eigenlijk?

Laat je raken!

Als Jezus Maria de ogen opent en zichzelf aan haar bekend maakt, dan doet Hij dat allereerst door haar bij haar naam te noemen. Zo nabij komt Hij haar: Hij kent haar, noemt haar bij haar naam. Dat is tegelijkertijd ook een roeping. Dat Jezus de Levende is, de Opgestane – dat is het waar het hier om gaat. Zij moet dat niet bij zichzelf houden. Zij moet er op uit. ‘Raak mij niet aan’ is geen afwijzing. Is niet bedoeld om afstand te scheppen. Het is bedoeld om richting te geven aan ons ‘geraakt-zijn’. Want de onvoorstelbare liefde van God, die dwars door de dood heen breekt, die moet de wereld in.

Als wij in deze tijd horen dat wij elkaar niet meer mogen aanraken, maakt ons dat scherp bewust wat we daarin eigenlijk missen. Maar niet om te blijven zitten. Het kan juist ook voor ons een teken zijn om op te staan en weer andere wegen te zoeken en te vinden om liefde te delen.

Gezegende Paasdagen!
Dat de Liefde van de Opgestane je mag raken!

Ds. Marianne Paas Feenstra

Dit artikel verscheen in Onderweg 22e jaargang, editie 4 (april-mei 2020)