2019-10 – De oogst

Het najaar is de tijd om te oogsten. De maïs en tarwe staan rijp in het veld, en als je de appels van de boom niet plukt, vallen ze vanzelf. De vruchten van het jaar worden binnengehaald. In de christelijke traditie is de oogst een symbool voor het geestelijke leven. De God die zaait en voor groei zorgt, wil ook oogsten. Verzamel de tarwe in mijn schuur, lezen we in Mattheüs (13,23-30). Jezus vergelijkt degene die Gods woord hoort en begrijpt, met zaad dat in goede aarde gezaaid is: die draagt vrucht, de een honderdvoudig, de ander zestigvoudig, weer een ander dertigvoudig. De nadruk wordt gelegd op vruchtbaarheid. Aan hun vruchten zal je ze dus kennen; (Mattheüs 7,20). De talenten die ons gegeven zijn, zijn niet te verbergen. We moeten ze goed gebruiken. Wat we hebben gekregen, moeten we verdubbeld terug kunnen geven.

Niet toevallig is oogsten een thema van het einde van het kerkelijke jaar. (De oogst is de voleinding van de tijd; Mattheüs 13,39.) Daaraan worden wij herinnerd in de zondagslezingen van november en in de lezingen van Allerheiligen en Allerzielen aan de dag des oordeels. Maar laten we daardoor niet misleid worden. Want God komt niet alleen aan het einde van ons leven oogsten. (Een stereotype en onbevredigend beeld ziet al onze deugden en zonden in de weegschaal staan. Zo’n optelsommentaliteit doet geen recht aan onze levendige, complexe relatie met God.) De tijd om te oogsten komt, net als in de natuur, steeds terug in het leven.
De oogst volgt de voortplanting en de groei. Elk leven heeft zijn eigen kansen en beproevingen, de perioden, de seizoenen, wanneer groei kan ontstaan. Het blijft een mysterieus proces, hoe een leven zich ontvouwt. (Het zaad ontkiemt en schiet op, zonder dat hij weet hoe. Marcus 4,27). God wacht geduldig en komt niet voortijdig oogsten. Onze taak is te zorgen dat we aandachtig blijven.

Onmiskenbaar is Gods verlangen naar een oogst van de liefde. Jezus plaatst de liefde voor alle andere deugden. Ik geef jullie een nieuw gebod: dat je elkaar liefhebt. Met de liefde die Ik jullie heb toegedragen, moeten jullie ook elkaar liefhebben. (Johannes 13,34). Uiteindelijk wordt het aan ons overgelaten, in hoeverre wij mee willen werken aan het cultiveren van Gods koninkrijk van de liefde.

Namens de taakgroep Pastoraat

Dit artikel verscheen in Onderweg 21e jaargang, editie 10 (oktober-november 2019)