2019-09 – In je eentje geloven? Dat kan best…

Een poosje.
Dat kan best een poosje.

Er is zo’n oud verhaal, van de Engelse prediker Spurgeon. Het verhaal gaat dat hij eens op bezoek kwam bij iemand die nooit meer naar de kerkdienst kwam. Zijn verweer was dat hij de kerk niet nodig had om te geloven. Ze zaten bij het haardvuur te praten. Spurgeon pakte de tang van het haardstel en haalde een kooltje uit het vuur. Dat bleef nog een tijdje gloeien, maar toen doofde het langzaam uit. De moraal van dit verhaal is wel duidelijk.

Als je het vuur niet brandende houdt, dan dooft het.
En als het vuur gedoofd is, dan komen de wolven, zongen Acda & De Munnik. Dat kon nog wel eens waar zijn ook.

Maar is dat nou echt zo? Heb je de kerk, de gemeente nodig om te geloven?
Ik ben ervan overtuigd dat er veel mensen zijn, die best in God geloven en een warm hart hebben voor Jezus, zonder dat ze wekelijks naar de kerk gaan.

Toch geloof ik dat je om te groeien die kerk wel nodig hebt. En ik weet heel goed: er gaat ook veel mis, in de kerk. Want daar vind je allerlei slag mensen en soms begrijp je niet, waarom ze doen zoals ze doen, en vind je het gedrag van kerkmensen totaal niet passen bij waar ze voor zeggen te staan. Past wat ze met de mond belijden niet bij het gedrag dat ze laten zien. In jouw ogen.

Maar weet je: die kerkelijke gemeente, dat is een verzameling van mankepoten. Mensen die allemaal wel ergens in het leven een keer een tik op hun heup hebben gekregen. Gevochten hebben. Uit de bocht gevlogen. Gestruikeld. En toch steeds zoeken naar troost en vergeving, naar richting en een begaanbare weg (lees het verhaal over Jakob die ’s nachts vecht met Iemand, Gen.32). En ‘dé kerk’ bestaat niet alleen maar uit de mensen die daar iedere zondagmorgen te vinden zijn…. Ook de zoekers, de ‘ik-weet-het-even-niet’ gelovigen, de afhakers… ook zij maken deel uit van de kerk.
Jezus zei het ook al, dat Hij niet gekomen is voor een stelletje perfecte mensen, maar juist voor wie vergeving nodig heeft. En wie heeft dat nou niet nodig…? Petrus, die kwam behoorlijk op de koffie, toen hij dacht dat hij beter was dan de anderen. Hij hield ontzettend veel van Jezus, maar voor hij het in de gaten had, had de haan gekraaid en bleek hij ook gewoon een mens van vlees en bloed. Pas toen kon hij de rol vervullen waar God hem voor geroepen had: een rots zijn, waar je op kon bouwen.

Samen met anderen geloven, daar is iets voor nodig dat je in je eentje niet zo gemakkelijk voelt. Daar is voor nodig dat je accepteert dat de ander net als jij een offer brengt: niet jouw waarheid staat voorop, niet jouw haan kraait koning. Maar samen met anderen zoek je naar de weg van geloof, hoop en liefde.

Ik was bij de Pioniers afgelopen maand. Maakte kennis met de bevlogen leden van het bestuur. De één na de ander liet in eigen woorden weten hoeveel waarde ze hechten aan de leefbaarheid in de dorpsgemeenschap. Je leeft met elkaar, je hebt elkaar nodig. Er is zorg voor elkaar, er wordt er naar elkaar omgezien (de ziekenkas). Om de leefbaarheid te onderhouden en te versterken organiseren ze activiteiten die verbindend werken. Ik zou zeggen: de kerk maakt daar ook deel van uit, van die leefgemeenschap van mensen, en heeft daarbinnen een eigen stemgeluid. Laten we elkaar (steeds beter) vinden en versterken.

ds. Marianne Paas Feenstra

Dit artikel verscheen in Onderweg 21e jaargang, editie 9 (september-oktober 2019)