2019-06 – Als adem die ons leven doet!

In de Nederlandse taal komt het begrip ‘geest’ op verschillende manieren voor:

  • je kunt geestdriftig zijn en bergen verzetten, maar als de geest eenmaal uit de fles is, berg je dan maar…
  • in verwarrende situaties kan het een voordeel zijn, wanneer je beschikt over tegenwoordigheid van geest…
  • je kunt ‘in de geest van iemand’ spreken of handelen en ten slotte
  • kan een mens de geest geven…

In Bijbel, theologie en kerk speelt het begrip ‘geest’ een grote rol. Het gaat dan vrijwel altijd over ‘de Geest van God’ – met hoofdletter. Het Pinksterfeest dat we in de kerk vieren heeft daar alles mee te maken. Pinksteren verwijst allereerst naar het verhaal in het boek van de Handelingen, waarin wordt verteld hoe de Geest van God wordt uitgestort over de leerlingen van Jezus, nadat Jezus naar de hemel is gegaan. Pinksteren wordt altijd gevierd op de vijftigste dag na Pasen, Pentecoste.
Het christelijke Pinksterfeest komt niet uit de lucht vallen: het heeft zijn oorsprong in de Joodse traditie van Sjavoe’ot: ook een hoogfeest. Op Sjavoe’ot wordt herdacht hoe de Eeuwige God heeft gesproken op de berg Sinai en daar de Tora heeft gegeven, de leefregels voor het goede samen- leven van mensen.
In het boek van de Handelingen (hoofdstuk 2) kun je lezen dat de leerlingen van Jezus bij elkaar waren om precies dat feest, Sjavoe’ot (Pinksteren), samen te vieren.

In Handelingen gaat dan het verhaal dat de Geest van God zichtbaar, hoorbaar en voelbaar wordt: in de vorm van tongen van vuur die als een soort fakkels rustten op elke individuele leerling.

Daarna kunnen de leerlingen zich verstaanbaar maken voor de mensen van allerlei taal en afkomst. Het verhaal zoals het in Handelingen wordt verteld, sluit daarmee aan op oude overleveringen, die bij de mensen van die tijd zeker bekend waren:

  • volgens een oude traditie sprak God, toen God de Tora/de tien leefregels gaf, in alle talen van de wereld;
  • en volgens een andere legende kwamen Zijn woorden te voorschijn als zichtbare fakkels van vuur, die tot elke Jood apart kwamen.

De ‘Geest van God’ is er natuurlijk niet eerst pas in het Nieuwe Testament. Hij, of liever ‘zij’ (!), is er al ‘vanaf den beginne’. Wanneer het volk Israel in ballingschap is gevoerd, voelt het de noodzaak om de eigen geschiedenis op te schrijven. Een belangrijke vraag is dan: ‘waar komen we eigenlijk vandaan, hoe is het eigenlijk begonnen…?’
‘Het lied van de schepping’ is een antwoord op die vraag – niet als een natuurwetenschappelijke verklaring, maar als een geloofsantwoord: het begin van alle leven is bij de Eeuwige en de Geest van God is aanwezig, zelfs als alles nog chaos is… Het Hebreeuws woord voor ‘Geest’ is: ‘ruach’. Dat is een vrouwelijk woord. Het betekent geest, maar óók: ‘wind’ en ‘adem’. Die Geest zweeft in het lied van de schepping over de aarde…
Het tweede scheppingsverhaal (dat begint bij Genesis 2,4b) vertelt dat de mens wordt gevormd uit aarde en damp… In Genesis 2:7 kun je dan lezen dat er pas ‘leven’ in komt, wanneer God de mens de levensadem in de neus blaast…
Wat ik bijzonder vind aan dat Hebreeuwse woord ‘ruach’ is dat het direct verbonden is met het woord ‘rechem’. En de betekenis van rechem is: baarmoeder, de plek waar nieuw leven groeit (nog in het verborgene). ‘Rechem’ heeft daarbij nog de betekenissen van ‘ontferming’ en ‘genade’.
Voor mij heeft de ‘vrijheid van Geest’ die we met Pinksteren vieren dus alles te maken met het verstaanbaar aan het licht komen van (nieuw) leven, met adem, ontferming en genade – als woorden die allemaal verwijzen naar het goede leven voor het aangezicht van de Eeuwige.

Veel Geestkracht toegewenst!
ds. Marianne Paas Feenstra

Dit artikel verscheen in Onderweg 21e jaargang, editie 6 (juni-juli 2019)