2018-10 – Herfst

Herfst

Eén van de vier seizoenen in het jaar. De herfst is ook wel het seizoen van verval en afbraak. Maar nu genieten we nog van de mooie nadagen. Het zonnetje op je gezicht. De frisse wind door je haren.
Toch weten we heel goed dat de herfst en de winter voor de deur staan. De tijd van herfststormen, regenbuien, kapotgewaaide paraplu’s, koude tenen en vingers komt heus wel.

De bomen hebben nu nog hun bladerrijke tooi, maar binnenkort zullen de bladeren tollend in de wind door de straten gaan. De bomen en struiken blijven dan berooid achter. Hun kale takken en stammen zwiepend in de wind. En daarna, met misschien wel een ouderwets koude winter, zijn ze verstard door de vorst. Hun takken priemend in de lucht. Het leven in de natuur is dan ver te zoeken. Niet meer zichtbaar.
Ook het menselijk leven heeft te maken met stormen en kou. Het leven kan de mens soms zo murw beuken, dat het moeilijk is om overeind te komen, laat staan om rechtop te blijven staan. Of koud aanvoelen, als kilte, die in het menselijk leven zoveel lam legt. Relaties bekoelen, of worden zelfs als verdorde takken afgebroken.

Zelfs in ons geloof kan de relatie met God als een van de seizoenen ervaren worden. Het zou kunnen zijn dat de relatie met God is als een herfststorm. Dat je je alleen aan je lot overgelaten voelt, gebeukt door de wind. Waar is de beschutting waar je je achter kunt verschuilen? Waar is het teken van leven waardoor je weer hoop hebt? Ook in de Bijbel vinden we daar verhalen over. Ik denk aan Job die zoveel verloren heeft. Simon Petrus die zijn meester verloochende, en zelfs verloor. Jezus, die door de stormen van het menselijk leven heen is gegaan. En zijn leven daarvoor gegeven heeft. Maar deze mensen hebben ons ook laten zien dat het toch weer lente wordt. God ging altijd weer met hen mee. Hij verwarmde hen met zijn liefde, toen het moeilijk was. Ze gingen door donkere dagen, maar uiteindelijk gloorde voor hen het licht. En wij mogen ons daar aan vasthouden. De donkere dagen staan voor ons. Met stormen en kou. Maar we weten, uiteindelijk wordt het weer lente.
Het leven, nu diep weggedoken, komt weer tevoorschijn. En wanneer je straks goed kijkt naar de kale takken zie je de belofte van nieuw leven al. Knoppen, nu nog verstopt in de takken, o zo pril, maar een belofte van nieuw leven, niet tegen te houden!

Bladeren die dwarrelen en dansen
heen en weer
ze ritselen en fluisteren
de naam van onze Heer.

Ze danken Hem voor ‘t leven
dat Hij aan hen gaf
voor kleuren en voor schoonheid
die er in hen was.

Voor het wisselen der seizoenen
voor het komen en het gaan
voor de schoot van moeder aarde
waar ze weer tot stof vergaan

Voor het ontstaan van wéér nieuw leven
uit wat dor leek, droog en dood
voor die hoop aan ons gegeven
o mijn God, wat bent U groot!

Gedicht Herfst, Cobi van der Hoeven-Zondag

Namens het pastoraat: Annie Schonewille

Dit artikel verscheen in Onderweg 20e jaargang, editie 10 (oktober-november 2018)