2018-06 – Tienerwerk: Oldschool? | Waar kiezen we voor?

“De tieners hebben de toekomst”, zeggen we wel eens, maar is dat zo?

“Onze tieners zijn de kerk van de toekomst…”; is dat zo?

Wat zeggen we eigenlijk wanneer we onze tieners als kerk van de toekomst typeren? Als zij de kerk van de toekomst vormen? Wat zegt dat dan over hun status nu? Dat ze dat nu nog niet zijn?  Dat ze nu nog niet het ‘hart’ van de kerk vormen? Dat hun mening nu nog niet helemaal meetelt? Dat hun geloof nu nog niet volwassen kan zijn?? Is dit in essentie niet waarom er zoveel kerkverlating is onder tieners en jongeren? Dat we ze nog niet als volwaardig meetellen?
Wanneer we ‘tienerwerk’ of ‘jongerenwerk’ organiseren, is dat dan omdat we ze werkelijk zo belangrijk vinden of is dat omdat de zondagsdienst niet aan hen aangepast kan / wil worden? Zijn we werkelijk met ze begaan of is het tienerwerk hét excuus om ons als ‘volwassenen’ maar niet te hoeven aanpassen?
Organiseren we jongerendiensten(Sonar) omdat we hen willen aanspreken in hun eigen taal, of omdat we die taal op zondag niet willen spreken? En als tieners dan een ‘eigen’ taal hebben, waarom praten de volwassenen die taal dan niet? Waarom levellen ‘volwassenen’ vaak wel met kinderen – of proberen ze dat tenminste – maar houden we op als het om tieners gaat?
Waarom kunnen jongeren bij bijvoorbeeld baan 7(landelijke jongeren bijeenkomsten) wél naar een dienst die 2 uur duurt maar op zondagmorgen niet? Waarom luisteren ze dan wel naar een preek van bijna 45 minuten en valt het ze op zondag zo zwaar… Aan wie ligt het? De tieners of de volwassenen?

Is tienerwerk uiteindelijk niet oldschool?

Wanneer je kind doof is, leer je gebarentaal. Tenminste, dat zou ik wel doen. Alles om maar met je kind te kunnen communiceren. Vreselijk wanneer je niet van gedachten kan wisselen, wanneer je elkaar niet kan begrijpen.  Meestal leert het hele gezin gebarentaal wanneer één lid doof is… Waarom dan niet in Gods gezin? Ik bedoel dan niet eens letterlijk (hoewel dat ook het overdenken waard is) ,maar hoe komt het dat we de jonge mensen onder ons wel op zondag in de banken verwachten maar vaak niet in staat lijken te zijn hun taal te spreken?
Wat zou er gebeuren wanneer je als spreker vijf tieners vraagt om je preken (de aankomende maanden) iedere week te beoordelen. Voor de dominees onder ons die nogal eens feedback vragen (de eerlijke, goed doordachte feedback waar je van die preek-vragenlijsten bij hebt) vraag eens aan tieners om je te helpen je preken aansprekender te maken. (Ik heb nog wel vragenlijstjes liggen die je ze ter ondersteuning kan geven) Vraag ze die lijsten in te vullen om die daarna tijdens een patatje met ze te bespreken.
Waarom tieners die graag meespelen /bidden / delen / …  op het podium altijd doorschuiven naar het tienerwerk? Zijn ze nog niet volwaardig genoeg voor de zondag? Zijn ze nog niet theologisch onderlegd genoeg? Is hun geloof niet groot genoeg?

Wat zou er gebeuren wanneer een tiener de zegen meegeeft op zondag? Of wanneer een 16 jarige samen met de dominee een preek voorbereidt en geeft? Waarom moet alles altijd apart? Van kids snap ik het nog – dat verschil is te groot. Maar van tieners /  jongeren verwachten we dat ze zich leren gedragen als volwassenen. Waarom behandelen we ze dan niet zo?

Tieners zijn niet de kerk van de toekomst, ze horen bij de kerk van nu. Behandel ze zo ook zodat we één gemeente zijn voor jong en oud.

Namens het jeugdwerk: Henk Fidom, mei 2018

Dit artikel verscheen in Onderweg 20e jaargang, editie 6 (juni-juli 2018)