2018-05 – Kijk naar de vogels

Het voorjaar staat er weer aan te komen, de vogels zijn alweer druk bezig om hun nestjes te bouwen. Opvallend hoe vaak in onze taal mensen met vogels vergeleken worden. Je komt uit een goed nest of niet – je slaat je vleugels uit – en dan heb je geluksvogels en pechvogels, uilskuikens en schijtlijsters, siervogels en lokvogels, aasgieren en roofvogels, trekvogels en vreemde vogels en sommige vinken zijn van goud. Je kunt zo trots zijn als een pauw, zo tam als een kraai, zo wijs als een uil, en sommige mensen zingen als nachtegalen; ze zingen al voordat het licht is – dat is geloven! Vogels staan zelfs model voor gelovigen. We kunnen ons vleugellam geslagen zielen voelen, gekortwiekt, een vrije val maken of juist als een arend nieuw getooid worden; de psalmen leggen die uitersten ons in de mond. ‘Let op de vogels’, zei Jezus eens. ‘Ze zaaien niet en maaien niet, brengen niet bijeen in schuren en toch voedt uw hemelse Vader hen – wees niet bezorgd.’ Toen Maarten Luther ’s nachts boven zijn huis een vogel zag, moest hij denken aan dit beeld. Gevoelig voor taal en beelden als hij was, schrijft hij: ’Zo eenzaam is iemand die gelooft – hij is nog niet in de hemel maar ook niet meer helemaal thuis in de wereld.’ Zo zweeft hij eenzaam in het geloof, tussen het leven in de wereld en het eeuwige leven. Vaak blijven beelden hangen omdat ze iets over ons zeggen. Het beeld van de mus en de zwaluw was Luther nooit opgevallen, als hij niet zijn eigen verlangen erin herkend had: zijn zoeken en fladderen, zijn zoeken naar geborgenheid bij God. ‘Kijk naar de vogels’ zei Jezus, zei Maarten Luther – en we kunnen van hen leren. Je schreeuwt en krijst, maar tot je eigen verbijstering, pas achteraf besef je: ik ben er doorheen gekomen – God, hoe is het mogelijk. Opnieuw draagkracht gevonden, alleen had ik het niet gered. Zulke woorden kunnen velen van ons beamen… God koestert ons in de schaduw van zijn vleugels.

‘Kijk naar de vogels’ zegt Jezus Ze leven bij de dag. Ze gaan niet gebukt in het heden onder de last van het verleden. Ze kennen geen zorgen voor morgen. Ze leven in het hier en nu. Vogels nemen het leven zoals het komt. Wordt hun nest geschonden door roofdieren of de maaimachine, ze gaan door. Is er de wisseling van de seizoenen, ze gaan verder. Ze leven in afhankelijkheid van elkaar. Dat zie je het beste bij trekvogels; de voorgangers wisselen elkaar af en zo gaan ze aerodynamisch naar warmer oorden. Ze weten zich afhankelijk van het weer, het voedsel en elkaar. God zorgt voor hen. Hij voedt hen. Vogels zijn elke dag in de weer voor goed voedsel. Waar voeden wij ons mee? Vogels zorgen ook goed voor hun jongen, daar gaan ze voor, zelfs al kost het hen hun leven. Beroemd is het beeld van de Pelikaan, een vogel die als het moet haar jongen voedt met haar eigen bloed. Dat beeld mogen we ook toepassen op God en zijn kinderen. Hij heeft zijn Zoon gegeven. Hij heeft zijn leven voor ons gegeven. Dat mag ons ook behoedzaam maken naar elkaar toe. Kijk naar de vogels: zing, bid, en kom de zwaartekracht te boven. Dankzij God die ons dagelijks draagt op de vleugels van zijn liefde! Want Hijzelf ziet naar ons om: bij Hem komen niet allereerst de paradijsvogel en de siervogel, maar juist de mus en de zwaluw, de straatjongens het eerst in beeld. Elke dag mogen we onze vleugels weer uitslaan, maar altijd met een doel en een bestemming. Er is een vader die ons wacht – die ons erop uitstuurt, en bij wie wij een schuilplaats mogen vinden, met zijn Geest, die als een duif ons zomaar komt aanwaaien, telkens weer.

Namens het pastoraat: Annie Schonewille

Dit artikel verscheen in Onderweg 20e jaargang, editie 5 (mei-juni 2018)
Geschreven door mevr. Joke van Beveren