2018-04 – De zondag van de goede Herder

De zondag van de Goede Herder, zo is de vierde zondag na Pasen ook wel bekend. Op deze zondag wordt meestal een tekst uit Johannes 10 gelezen, de “Ik ben” woorden van Jezus. Dat klinkt misschien vreemd, maar wat Jezus wil zeggen, is: “Beste mensen, wat jullie nodig hebben in jullie leven, dat kan ik geven. Missen jullie iets in het leven: Ik ben het brood. Is het donker in je leven: Ik ben het licht. Willen jullie leven met God: Ik ben de deur naar de schaapskooi, naar God.” In het gedeelte dat daarop volgt zegt Hij: “Ik ben de Goede Herder.” Jezus heeft het nog steeds over schapen, over de mens, maar vergelijkt Zichzelf nu met de Herder van de schapen. Meestal worden deze uitspraken van Jezus als heel vriendelijk bekeken. Zeker bij “De Goede Herder “ is dat zo. We krijgen dan zo’n lieflijk tafereeltje van een herder die tussen de schapen staat of wat dromerig voor zich uitkijkt. Jezus doet deze uitspraken niet zomaar, het zijn radicale uitspraken. Wat elke keer terugkomt, is dat Jezus aan de mensen duidelijk maakt dat Hij de enige is die hun kan geven wat ze nodig hebben. Hij is degene die hen – geestelijk – kan voeden. Hij is degene die hun licht kan geven in de duisternis. Hij is degene langs wie ze bij God kunnen komen.

Hij is de enige Goede Herder. Ik las ergens dat iemand zei: “De Goede Herder, dat is een uitspraak met de vuist op tafel.” Om dat te begrijpen moeten we ons de vraag stellen: waar komt opeens de vergelijking van die herder vandaan? Zou Jezus zomaar een vergelijking hebben gezocht? “Ik ben …. wat zal ik nu weer eens noemen … ik ben een Goede Herder.” Natuurlijk niet… In hoofdstuk 9 heeft Jezus een blindgeboren man genezen, op de sabbat, de rustdag. De geestelijke leiders van Israël, de Farizeeën, zijn daar niet blij mee. Als de genezen man hun daarna vertelt dat hij gelooft dat Jezus van God vandaan komt, worden ze boos en zetten de man uit de synagoge; hij mag niet meer terugkomen. Jezus hoort dat en zoekt de man op. De man zegt dat hij gelooft in Jezus. We zien een groot contrast tussen Jezus en de andere leiders. Zij jagen de man weg; Jezus zoekt hem op en luistert naar hem. Daarna begint Jezus over schapen en herders en noemt Zichzelf de Goede Herder. Ziet u wat Jezus duidelijk wil maken? Eigenlijk zegt Hij: “Er is er hier maar één die zich een echte, Goede Herder mag noemen en dat ben ik. Niet de Farizeeën. Alleen Ik kan geven wat de schapen nodig hebben. Niemand anders. Radicaal, met de vuist op tafel. Geen lieflijk tafereeltje, maar een duidelijke boodschap. Jezus is de Goede Herder. Dat is geen dromerige, zeemzoete uitspraak, maar een radicale boodschap. Alleen Jezus is de Herder van de schapen. Niemand anders. We hebben gezien dat God al eeuwen vóór Jezus kwam, aankondigde dat er zo’n herder zou komen.

Het doel van de Goede Herder is leven geven. Jezus heeft daar zelfs Zijn leven voor ingezet. Jezus kent ons en wil dat wij Hem ook kennen. Niet oppervlakkig, maar diepgaand. Niet af en toe, maar elke dag.
Een gedeelte uit een gedicht van Karel Eijkman die het zo heeft verwoord:

Was ik een schaap,
was hij mijn herder.
Was ik een schaap,
bracht hij mij verder.
Ik voelde mij goed,
kon op hem bouwen.
Ik kreeg weer moed,
had weer vertrouwen.

Hij moedigt mij aan,
en maakt mij dapper.
Met hem erbij lukt het mij
alle dagen van mijn leven.
Was ik een schaap
dan wist ik het wel.

Namens taakgroep Kerk en Samenleving: Bert Hartog

Dit artikel verscheen in Onderweg 20e jaargang, editie 4 (april-mei 2018)
Geschreven door mevr. Joke van Beveren