2017-07 – Afscheid

Mijn verste herinnering aan afscheid is de stem van de hoofdzuster. Op zaterdag en zondag mochten we als kind mee naar het ziekenhuis waar mijn moeder verpleegd werd. Op een bepaald moment stapte ze de ziekenhuiskamer in en zei met harde stem: “Wil het bezoek afscheid nemen!” Ik leerde toen: afscheid nemen is je moeder een zoen geven en bij de deur nog even zwaaien.

Abraham, aan het einde van zijn leven, nam van zijn zonen afscheid met een zegen. Een kostbaar gebaar en wat een rijke herinnering als je terugdenkt aan dat moment van afscheid. De vrouw van Lot kon eigenlijk geen afscheid nemen en zij versteende in haar herinneringen. De twee hartsvrienden David en Jonatan zoenden elkaar ten afscheid en lieten hun tranen de vrije loop. De apostel Paulus houdt voor de kerkenraad van Efeze een heuse afscheidspreek. In Handelingen 20,36-37 staat: Toen hij uitgesproken was, knielde hij samen met de aanwezigen neer om te bidden. Niemand kon zijn tranen bedwingen. Allen vielen ze Paulus om de hals en kusten hem.

Tijdens het inpakken mijmer ik wat over de verschillende rituelen van het afscheid. Zou er straks veel gezoend worden? Gehuild? Gezegend? Gezwaaid?

Die toespraak van Paulus is trouwens best heftige taal. En vele woorden zijn ook niet op ons afscheid van toepassing. Maar in vers 32 staat wel een prachtige zin. Ik maak die woorden me eigen. En ik geef ze aan u door: Nu vertrouw ik u toe aan God en aan het evangelie van zijn genade, dat onze gemeenschap kan opbouwen.

Ik denk nog even terug aan die hoofdzuster van lang geleden. In haar strenge verschijning riep zij op om afscheid te nemen. Niet omdat je elkaar al zat was, maar gewoon omdat het tijd was. Zo wil ik er ook naar kijken. Elf jaar Pesse. Het had best langer gekund. Maar het is gewoon tijd om afscheid te nemen.

Ga met God en Hij zal met je zijn,
Tot wij weer elkaar ontmoeten,
In zijn naam elkaar begroeten.
Ga met God en Hij zal met je zijn,

Laat ik dat elkaar op het hart binden. Dat als we elkaar ontmoeten, elkaar dan in Gods Naam begroeten. Niet in versteende herinnering, niet in het heimwee naar wat voorbij is gegaan, niet in de pijn van de onvolkomenheid. Maar in de vrede en de zegen van Zijn Naam.

Afscheid nemen is bij de deur nog even zwaaien. Het lijkt wel op de zegen aan het einde van de dienst. Voor we weer verder gaan, de deurknop bij wijze van spreken al in de hand, nog even de handen omhoog. Een hartelijke zwaai in de Naam van God. Afscheid is niet anders dan verder gaan in de zegen van de HEER. Hij zal met ons gaan.

Ds. Cees J. ’t Lam, juli 2017